Hoe gaat het met Pa?

Zondag, 13 April, 2003 heeft mijn vader een herseninfarct gehad.
s'Middags waren we nog bij mijn ouders in Voorburg geweest en mijn vader klaagde over z'n vergeetachtigheid en dat hij niet goed uit zijn woorden kon komen.
Hij liep in zijn pyjama en zag er moe uit.

Hier volgt een relaas.



 
 Laatste Nieuws:

 


Mijn vader
2/5/2003
Een paar weken hiervoor haalde ik hem op van het vliegtuig uit Spanje.  Net op tijd want een paar dagen later bleek dat hij niet meer kon plassen en er een catheter bij hem aangebracht moest worden.
Dat ging allemaal niet makkelijk en er volgden een aantal weken met veel slapeloze nachten en getob.
Dat bleek te veel voor hem.  Die zondag, nadat wij weer naar huis waren gegaan, belde Marijke s'avonds naar Voorburg om te informeren hoe Pa het bezoek doorstaan had.
Ma gaf de telefoon aan mijn vader door maar Pa begreep er niets meer van.  Hierop is Marijke naar Voorburg gereden en heeft daar een ambulance gebeld.  Pa is naar het ziekenhuis vervoerd.  Daar werd geconstateerd dat hij een herseninfarct had gekregen.

De volgende dag was mijn vader erg verward.  Zijn fijne motoriek was weg.  Hij wist nog wel dat we de vorige dag op bezoek waren geweest maar kon geen gesprek voeren.  Hij dacht dat hij in het ziekenhuis lag wegens zijn plasproblemen.
De volgende dagen krabbelde hij weer langzaam op, was optimistisch en dacht wel naar huis terug te kunnen.
Het viel erg tegen toen hem verteld werd dat hij eerst naar een verzorgingshuis moest om te revalideren.

Vrijdag, 18 April, hebben we Pa naar een verzorgingshuis in Rijswijk gebracht.  Op de route daar naartoe reden we praktisch langs zijn huis.  Hij wilde heel graag even naar huis, gewoon even thuis zijn.
De verpleegster in het ziekenhuis had ons dat sterk afgeraden: Het zou wel eens erg moeilijk kunnen zijn hem weer mee te nemen.
Onderweg zei hij "Als we hier nou naar links gaan komen we langs ons huis".  "In het ziekenhuis moest ik ook een hele poos wachten; dan maakt zo'n bezoekje toch niets uit?"

In het verzorgingshuis krijgt Pa een mooie, grote kamer voor hem alleen.  De mensen zijn bijzonder aardig.

Mijn vader vindt dat hij helemaal niet in het verzorgingshuis hoort: hij mankeert toch eigenlijk niet zo veel meer?  Motorisch gaat het inderdaad veel beter met hem.  Hij loopt prima en kan zijn handen en armen weer redelijk gebruiken.  Na zijn komst in het tehuis doet mijn vader mee met fysiotherapie.  Daar zien ze al snel dat dat voor hem niet nodig is.
Veters strikken kan hij echter nog niet.  Ook andere "technische" zaken zijn te ingewikkeld voor hem.
Ons aanbod om een televisie voor hem te regelen slaat hij resoluut af, ook een radio heeft hij niet nodig.  Waarom is niet duidelijk. Mijn vader volgde altijd alle nieuwsberichten.  Nu hoeft hij niet meer.  Misschien dat hij bang is zich te veel met huiselijke zaken te omringen.  Hij wil zo snel mogelijk weg.
Misschien wil hij geen televisie om zichzelf emotioneel te beschermen, of misschien heeft hij er gewoon geen zin meer in.  We nemen een grote stapel tijdschriften voor hem mee.  Daar wordt veel in gelezen.

Al die tijd gaat Ma praktisch dagelijks naar Rijswijk.  Ma eet dan s'avonds met hem want hij heeft geen zin tussen al die mensen in rolstoelen te zitten.  Hij vindt zichzelf al zo veel beter, en dat is eigenlijk ook zo.  Zeer veel mensen zitten in een rolstoel, slapen voor de tv in de "huiskamer" of zitten zo maar.  Wat dat betreft is het een niet erg opbeurende omgeving als je hier vers binnen komt. Nu weet ik natuurlijk niet wat Pa de hele dag doet...
We maken ons zorgen over het uitblijven van training voor Pa.  Hij verveelt zich en vraagt zich, begrijpelijk, af wat hij hier doet. We merken ook dat het met Pa niet beter gaat maar eerder minder goed.
Wij vinden dat hij snel training moet krijgen om zijn spraak, geheugen en denkvermogen weer te prikkelen en te laten herstellen. Dat gebeurt echter niet, ook door de vele feestdagen is het stil in Rijswijk.
Deze week heeft Pa wel training gekregen in schrijven.  Hij moet dan rijtjes letters oefenen.  Pa doet daar een beetje schamper over maar je kan aan de oefeningen wel zien dat hij er erg zijn best op doet.

Guus en Lucy en wij komen om de andere dag naar Rijswijk.  Op dagen dat er in Rijswijk toch niets gebeurd halen we Pa op zodat hij eens een andere omgeving ziet.  Ma komt dan s'avonds bij ons eten.  Ma heeft dan ook weer wat tijd voor zichzelf.  Pa vindt zo'n dagje, geloof ik, best plezierig maar ook erg vermoeiend.  We halen hem rond 13:30 op en Ma, Guus en Lucy of wij brengen hem na het avondeten weer naar Rijswijk.  Dan is hij erg moe.  Ook wanneer we bij hem in Rijswijk op bezoek zijn vindt hij het wel prima als we weer naar huis gaan.  Komende zondag haalt Ma hem in Rijswijk op en zullen we niet in Voorburg op bezoek gaan.  Waarschijnlijk vindt Pa dat wel lekker rustig.

7/5/2003
Vandaag hebben Marijke en ik een gesprek gehad met de arts van het verpleeghuis. Ma had de afspraak gemaakt maar was zo moe van het bezoek van de vorige dag dat het beter leek als zij een dagje thuis bleef.
Doel van het gesprek was om onze zorgen over pa duidelijk te maken en te horen wat de plannen met mijn vader zijn.
Morgen ochtend zal de verpleging een gesprek met Pa en Ma samen hebben over de revalidatie plannen. Pa zal intensiever begeleid worden. Hij zal dagelijks een trainings programma krijgen om de zaken die nu niet lekker gaan aan te pakken. Ook zal daarbij niet vergeten worden dat Pa gemotiveerd moet worden: Een dag of wat alleen maar op je kamer zitten zonder aan je verbetering te werken is dat nou eenmaal niet.
Ook de gang van zaken rond een ontslag van mijn vader uit het verpleeghuis zijn besproken. Voordat Pa ontslagen wordt zal er eerst een gesprek en een onderzoek van de mogelijkheden plaatsvinden. Voorlopig is mijn vader een "project" met een looptijd van 3 maanden.
We hebben de arts gevraagd in de gaten te houden of Pa voldoende eet. Mijn vader gaf zelf aan al een aantal dagen 's morgens en 's middags alleen maar een paar biscuitjes te eten. Hij is zo mager als een lat en heeft daar m.i. niet voldoende aan.
Na afloop bij Pa op bezoek geweest, lekker met een glaasje wijn in het zonnetje gezeten en hierop Grieks gegeten in het restaurant.
Pa had het goed naar zijn zin en praatte redelijk. Je zag hem opknappen. Na afloop hebben we hem naar zijn kamer gebracht. Onderweg deed zich een ongelukje voor. Dit werd door de verpleging opgelost.
Marijke heeft mijn vader om 21:30 gebeld om te informeren hoe het ging. Hij nam zelf de telefoon op. Het ongelukje was al bijna vergeten en hij lag in bed.

9/5/2003
Gisteren heeft mijn vader veel pijn gehad. Zijn catheter was door de blaasonsteking verstopt geraakt. Guus, Lucy en ma waren op dat moment op bezoek.
Elk kwartier had Pa enorme pijn. dat werd volgens Marijke veroorzaakt door krampen in zijn blaas die op hun beurt weer veroorzaakt werden door het verstoppen van de catheterslang. Na enige tijd is zijn blaas gespoeld. Dat op zich was ook weer erg pijnlijk. Op een gegeven moment zijn Ma en Lucy naar huis gegaan en is Guus bij Pa gebleven tot de pijn een beetje overging.
s'Morgens hadden Pa en Ma een goed gesprek gehad met de verpleging. Ma was helemaal blij en had alleen maar positieve dingen te melden. Jammer dat het dan s'avonds weer zo mis moest gaan.

Vanochtend heeft Marijke Pa even gebeld en toen ging het alweer. Marijke is daarop bij hem op bezoek geweest. Pa was weer een beetje bijgekomen. In een gesprek met Marijke liet hij blijken bang te zijn misschien niet meer naar huis te kunnen. Toen Pa opgehaald werd voor zijn ergonometrie is Marijke naar huis gegaan. In ieder geval gebeurt er nu wat.
s'Avonds ben ik even bij Pa geweest. Hij lag op bed en dommelde wat. Ma was bij hem. Hij eet weer 3 keer per dag maar vertelde dat hij daar grote moeite mee had. De pijn was minder geworden. Ik heb aan de verpleging gevraagd of Pa morgen een paar uur weg mag en dat was in orde. Morgen haal ik hem rond twee uur op. Ik heb hem biefstuk met sperziebonen en gebakken aardappelen beloofd.

12/5/2003
Zaterdag heb ik mijn vader opgehaald uit Rijswijk. Hij was niet op zijn kamer. Het personeel wist niet waar hij was.
Ik ben toen bij de ingang van het gebouw gaan kijken en daar zat hij: krantje op schoot, slapen. Ik zij: Ha pa, maar hij sliep stevig. Toen maar de krant van zijn schoot gepakt en naast hem in een stoel gelezen. Na een half uurtje werd hij wakker. De auto stond voor de deur en we zijn naar Berkel gereden. Onderweg een mooie route genomen.
Thuis was het prima weer en hebben we op het terras gezeten, Pa een verse Volkskrant en ik ook een stukje. Marijke en de jongens waren hockeyen. Lekker rustig.
s'Avonds rond 18:00 uur gegeten met Pa , Marijke en Freek. Tim had een feestje. Marijke had malse kogelbiefstukjes gekocht. Samen met de gebakken aardappelen en de sperziebonen smaakte dat uitstekend.
Pa hoefde geen toetje. Hij wilde naar huis.

De volgende dag hebben Guus en Lucy hem opgehaald. Pa heeft bij hun wat geslapen en natuurlijk gegeten en gepraat. Doordat hij had geslapen kon Pa wat later naar Rijswijk terug.
Marijke, ik en de kinderen zijn s'middags even bij Ma langs geweest.
Zaterdagochtend had mijn vader weer problemen met de catheter. Er moest een nieuwe gezet worden. De rest van het weekend is zonder enig (fysiek) probleem verlopen. Dat werd tijd! Nu is Marijke met Tim naar mijn vader.

16/6/2003
Een poos niets toegevoegd aan deze log: De verwachtte verbetering bleef uit.
Ondertussen heeft Pa trainingen gehad om zijn spreken te verbeteren. Dat heeft wel enig resultaat. Vindt mijn vader zelf ook. Hij heeft, net als iedereen natuurlijk, goede en slechte dagen. Op de goede dagen kan je heel goed met hem praten; Op de slechte moet je heel goed opletten waarover hij het heeft.
Zijn geheugen is prima in orde. Het korte termijn geheugen werkt ook beter. De katheter geeft nog altijd problemen. Hij is hier veel mee bezig en begrijpt eigenlijk niet best hoe het allemaal werkt. Mijn vader heeft de stoelgang ook nog niet goed onder controle. Vooral bij diarree gaat het gauw fout. Zelf past hij heel goed op wat hij eet om problemen te voorkomen.

Mijn moeder heeft ondertussen een aanval van gordelroos gekregen. Haar voorhoofd en ogen zijn aangedaan. Ook heeft ze permanent hoofdpijn. De druk wordt haar te veel. Ze is bang dat allerlei zaken die mijn vader altijd deed nu in het honderd lopen. Mijn vader wil heel graag naar huis maar dat kan nu echt niet. Toch voelt mijn moeder zich schuldig.
Ik heb haar op het hart gedrukt zich geen zorgen te maken over zaken die anderen doen of waar ze toch geen invloed op heeft. Maar dat is natuurlijk makkelijk gezegd.

Vorige week zijn we met z'n allen gaan kamperen, zoals gewoonlijk. Alleen was mijn vader er niet bij. Mijn moeder is een dag en avond geweest. Pa heeft dus 1 dag zonder bezoek gezeten.
Vooral de laatste week heb ik het gevoel dat het nu wel beter gaat met Pa. Hij is redelijk opgewekt en doet uit zichzelf oefeningen. Er zijn ook geen problemen geweest met de ontlasting. Dat scheelt.
Op vaderdag hebben we een luie stoel laten installeren. Dat vond hij altijd overbodig maar we hebben doorgezet. De dokter had gezegd dat hij, wegens vocht, met zijn benen omhoog moest zitten. Dat kon niet goed met de standaard stoelen op zijn kamer. Hij vind het duidelijk lekker.
Ik heb een aantal spelletjes meegenomen waaraan hij wat heeft bij zijn oefeningen. Hieronder zat ook een stevige puzzel van 1500 stukjes! Die heeft Pa ver weggeborgen, maar je weet maar nooit.

Zaterdag zou Pa naar Berkel komen en zondag naar Delft. Guus en ik zijn beiden ziek. Ma was zaterdag erg verdrietig en eenzaam en ook ziek. Ging dus allemaal niet echt fijn met iedereen. Pa wilde daarom niet komen.
Ma was al enige dagen niet in Rijswijk geweest wegens de gordelroos. De dokter had het haar afgeraden. Zaterdag is zij toch naar Pa gegaan en hebben ze samen gegeten. Zondag was het vaderdag en zijn we even bij Pa in Rijswijk geweest en hebben hem daarop naar Voorburg gebracht. Guus en Lucy zijn ook nog even langs geweest.

17/7/2003
Afgelopen maand zijn er een hoop ontwikkelingen geweest:
De gordelroos van Ma heeft even heel sterk opgespeeld maar is nu prima onder controle. Op een paar littekens na ziet het er nu weer prima uit.
Met mijn vader gaat het goed. Maandag is hij in het Antoniusziekenhuis geholpen aan zijn prostaat. De artsen zijn erg tevreden over het resultaat. Pa heeft nauwelijks pijn gehad. De katheter is weg en het lijkt goed te gaan! Pa wil nu een ernstig gesprek met de verpleeghuis arts hebben over zijn ontslag...
Vandaag zou Ma hem in het ziekenhuis ophalen maar das niet gebeurd: Het ziekenhuis belde Ma op dat Pa verdwenen was. Paniek! Even later kwam Pa in Voorburg binnenlopen. Hij was lopend en trammend van Leidschendam naar Voorburg afgezakt. Minder geslaagde aktie maar wel een mooi bewijs van zijn kunnen!

7/10/2003
Na de zomervakantie was Pa zodanig opgeknapt dat weinig hem nog in Rijswijk kon houden.
Ook in het verzorgingshuis zagen de artsen en het personeel geen enkele reden waarom mijn vader niet naar huis zou kunnen. Ma zag er wel erg tegenop.
In september was er een reunie van de pinksterclub in de "Katjeskelder" en Pa wilde hier wel naar toe. Het verzorgingshuis heeft hem hierop uitgeschreven.

De week in de Katjeskelder is Pa bizonder goed bevallen. Oom Piet heeft het een beetje in de gaten gehouden en ons twee keer gebeld om door te geven dat alles prima ging. Pa hielp mee met het huishouden en had er veel plezier in met zijn oude vrienden te praten.
Na afloop is Pa dus weer naar huis gegaan. Hij gaat nu een paar dagen in de week terug naar Rijswijk om getrained te worden in het uitvoeren van een aantal handige zaken die nog niet helemaal lekker gaan. Lichamelijk en geestelijk gaat het bizonder goed: De operatie aan de prostaat is geslaagd; Het genezen van de operatiewond verliep voorspoedig en alles "loopt" weer redelijk normaal. Door het hanteren van een, zelf opgelegde, strakke dicipline worden ongelukjes voorkomen.
Geestelijk gaat het ook prima. De enige handicap is het vinden van de juiste woorden maar intellectueel zijn er geen problemen, behalve dan met alles wat met techniek te maken heeft. Maar daar is mijn vader nooit erg goed in geweest!
In ieder geval lijkt hij zijn tekortkomingen te accepteren en kan hij er erg redelijk en rustig over praten.

De hersenbloeding heeft mijn vader zeker veranderd. Alleen zijn niet alle veranderingen negatief. Hij lijkt meer van zijn familie en anderen te kunnen genieten, hij is milder en geduldiger geworden. Met andere woorden: iemand die zeer plezierig is in de omgang.
Mijn vader heeft het werk in de achtertuin weer opgepakt, maakt hiervoor plannen en voert ze ook uit. Dat daarbij wel eens een boompje sneuvelt neem ik graag voor lief. Ook dat zal weer geleerd moeten worden.

1/8/2009
Mijn vader is overleden.
Sinds twee jaar woonde Pa weer in het verpleeghuis in Rijswijk. Hij had het daar erg moeilijk mee maar verzorging thuis was niet meer mogelijk. In de loop van de tijd is Pa steeds meer het contact kwijtgeraakt. Wel behielt hij zijn gevoel voor humor maar uitte dat voornameljk met glimlachen en z'n bekende grimassen bij een grappig voorval.
Tot een aantal maanden geleden was Pa nog in staat te lopen. Daarna konden we hem nog in een rolstoel mee naar de tuin nemen. Tot hij 2 maanden geleden zijn bed niet meer uitkon. Hij ging steeds minder eten en drinken. Zelfs de toetjes die we voor hem meenamen werden niet meer opgegeten.
Zaterdagavond rond 10 uur is hij overleden. Mijn broer was erbij.

7/8/2009
Vanmiddag om 1 uur hebben we afscheid genomen van Pa.
De plechtigheid vond plaats in "Nieuw Eykenduynen" in Den Haag.

De opkomst van vrienden, oud-collega's, verplegend personeel van verzorgingshuis "Westhof" en familie was hartverwarmend.
Door middel van vier sprekers werd de waardering en liefde voor Pa verwoord. Verder naar beneden kan je de tekst van de toespraken lezen.

Onderstaand liedje is tijdens de uitvaartplechtigheid op 7 augustus gespeeld.

;

Les feuilles mortes
tekst: Jacques Prévert
muziek: Joseph Kosma

Oh! je voudrais tant que tu te souviennes
Des jours heureux où nous étions amis
En ce temps-là la vie était plus belle,
Et le soleil plus brûlant qu'aujourd'hui
Les feuilles mortes se ramassent à la pelle
Tu vois, je n'ai pas oublié...
Les feuilles mortes se ramassent à la pelle,
Les souvenirs et les regrets aussi
Et le vent du nord les emporte
Dans la nuit froide de l'oubli.
Tu vois, je n'ai pas oublié
La chanson que tu me chantais.

REFRAIN:
C'est une chanson qui nous ressemble
Toi, tu m'aimais et je t'aimais
Et nous vivions tous deux ensemble
Toi qui m'aimais, moi qui t'aimais
Mais la vie sépare ceux qui s'aiment
Tout doucement, sans faire de bruit
Et la mer efface sur le sable
Les pas des amants désunis.

Les feuilles mortes se ramassent à la pelle,
Les souvenirs et les regrets aussi
Mais mon amour silencieux et fidèle
Sourit toujours et remercie la vie
Je t'aimais tant, tu étais si jolie,
Comment veux-tu que je t'oublie?
En ce temps-là, la vie était plus belle
Et le soleil plus brûlant qu'aujourd'hui
Tu étais ma plus douce amie
Mais je n'ai que faire des regrets
Et la chanson que tu chantais
Toujours, toujours je l'entendrai!

 

De dode bladeren
tekst: Jacques Prévert
muziek: Joseph Kosma

Oh ik zou zo graag willen dat jij nog dacht
aan de gelukkige dagen dat wij nog vrienden waren
In die tijd was het leven mooier
en de zon scheen feller dan vandaag
De dode bladeren worden bijeen geschept
je ziet, ik ben het niet vergeten
De dode bladeren worden bijeen geschept
net als de herinneringen en de spijt
En de noordenwind voert ze mee
de koude nacht van het vergeten in
Je ziet, ik ben het niet vergeten
het lied dat je voor me zong

REFREIN:
Het is een lied dat voor ons lijkt gemaakt
Jij hield van mij en ik hield van jou
en wij tweetjes leefden samen
Jij hield van mij en ik hield van jou
maar het leven drijft uiteen die van elkander houden
heel kalmpjes, zonder ophef
En de zee wist op het strand
de voetstappen van de gescheiden geliefden

De dode bladeren worden bijeen geschept
net als de herinneringen en de spijt
maar mijn stille en trouwe liefde
glimlacht nog altijd en dankt het leven
Ik hield zoveel van je, je was zo knap
hoe wil je dat ik jou vergeet
In die dagen was het leven mooier
en de zon scheen feller dan vandaag
Jij was mijn liefste vriendin
maar wat moet ik met spijt
En het lied dat je zong
zal ik altijd, altijd horen

 



Hieronder de muziek en de verschillende toespraken die deze dag gehouden werden:

  • Toespraak van Guus Baart
  • Toespraak van Marijke Baart
  • Toespraak van Joop Goedheer
  • Toespraak van Machiel van Velden

  • Muziek:
    -
    Concertgebouw Orkest, Prélude à l'Après-midi d'une faune (C. Debussy)
    -Academy of St Martin-in-the-Fields, Concierto de Aranjuez, Adagio (J. Rodrigo)



    Toespraak van Guus Baart:


    Namens de familie, Bedankt dat jullie allemaal zijn gekomen.
    Bedankt dat jullie het verdriet over het verlies van Pa met ons willen delen.

    Ik wil eerst even stil staan bij Pa's ziekte.
    Ruim 6 jaar geleden werd de altijd zo gezonde Felix getroffen door een herseninfarct. Gelukkig had dat nauwelijks motorische gevolgen. Maar zijn geest was geknakt. Hij had moeite de juiste woorden te vinden. Hij bewees zijn intelligentie door vervangende woorden te bedenken. Er zijn in die tijd heel wat "affaires" "gehanteerd".
    Schrijven heeft hij opnieuw moeten leren. Eigenlijk had hij er geen zin meer in. Waarvoor had hij dat nog nodig? Maar na een maand of 5 had hij opeens zijn oude handschrift weer terug. Ik sprong een gat in de lucht. Daarna heeft hij niet meer geschreven.

    Na 6  maanden revalidatie kwam hij thuis. Dat was zwaar. Pa was niet de persoon die zich gemakkelijk liet verzorgen, niet vóór zijn herseninfarct en ook niet daarna. Geleidelijk ging hij achteruit. Hij kon een middag met bankafschriften in z'n handen zitten. Hij wist dat het belangrijk was, maar had geen idee wat hij er mee moest doen.

    Ruim twee jaar geleden werd de thuisverzorging te zwaar en moest Pa naar een verpleeghuis. Hij wist zijn handicap zo goed te verbergen dat de deskundigen het er niet over eens waren of hij naar de somatische of de PG afdeling moest. Maar in de observatieafdeling werd snel duidelijk het de PG was.
    In het verpleeghuis zagen we zijn wereld geleidelijk inkrimpen. In het begin bestreek zijn domein alle drie de verdiepingen van het verpleeghuis. Hij was een "zwerver" in het verpleeghuisjargon. Via zijn eigen verdieping, zijn eigen gang, zijn eigen huiskamer, zijn eigen slaapkamer tot, de laatste drie weken, zijn eigen bed, kromp zijn wereld steeds verder in.
    Tenslotte trok hij zich terug uit zijn benen, zijn linker arm, zijn rechterarm, zijn ogen. Totdat hij ook niet meer regeerde over zijn longen.
    Toen was het op.
    Afgelopen zaterdag.

    Pa was een man met veel talenten. Maar zijn grootste talent was misschien wel dat hij keuzes kon maken.
    Hij was een uitstekend speecher en debater. Hij had een fantastische speech bij ons trouwen, maar het viel niet mee hem tot een speech te bewegen. En debaten deed hij, in mijn perceptie, vooral met mij. Wat ik prima vond, maar Ma dacht daar anders over.
    Hij was een goede fotograaf en filmer. In 1962 won hij de eerste prijs met een film over de groepsreis die Pa en Ma maakten naar de Verenigde Staten. Hij deed dat af met de opmerking: "Het stelt niet veel voor hoor. Ik was de enige die z'n film gemonteerd had". Frans heeft zijn films een paar jaar geleden op DVD laten zetten. Ik heb ze gisteren nog een keer bekeken. Het was echt niet alleen de montage die zijn films boven het alledaagse deden uitstijgen.
    Hij was een natuurtalent met muziek. Als je hem een instrument gaf haalde hij er binnen de kortste keren muziek uit.
    Hij kon fantastisch tekenen. Hij zette met een paar pennestreken een scherpe observatie neer. Helaas gebruikte dat talent allèèn voor Sinterklaas.
    Ik denk dat hij met diezelfde scherpe observatie, ook een goede manager was, met oog voor zowel het doel van de organisatie, als de mensen die samen de organisatie vormen.
    Pa koos voor het laatste talent.

    Zijn eerste betaalde baan was bij de Landarbeidersbond. Toen het NVV in 1941 werd overgenomen door de NSB'er Woudenberg trok hij zijn conclusie en nam ontslag, waar anderen vochten met het "Burgemeester in oorlogstijd dilemma".
    De rest van de oorlog was hij in dienst bij De Centrale, de verzekeringsmaaatschappij van de Rode Familie.
    Na de oorlog werd hij opnieuw gemobiliseerd. Toen ik geboren werd, in 1947, was hij Officier in het Nederlands leger. Thuis ligt nog steeds de servetring die ik ter gelegenheid van mijn geboorte kreeg van de SROI, School Reserve Officieren Inlichtingendienst.
    Gelukkig werd hij letterlijk te licht bevonden om naar Nederlands Indië te worden uitgezonden.

    Toen Frans geboren werd , in 1949, was Pa directiesecretaris bij Block en Stibbe, een gerenomeerde schoenfabriek in Waalwijk. Maar dat was een familiebedrijf en Pa was geen lid van de familie. Dus daar kon hij niet verder groeien.

    Hij kwam weer terug bij de Rode Familie en werd directiesecretaris bij de Co-op. De Co-operatie was de kruidenier van en voor de Rode Familie. Niet voor het gewin, maar voor het gezin, was het motto. Daar klom hij op tot adjuctdirecteur.

    In 1964, het ging toen al slecht met de Co-op, werd er een reorganisatie doorgevoerd die naar Pa's inzicht de problemen niet zouden oplossen. Hij was al 45 toen hij er voor koos liever ontslag te nemen dan die reorganisatie voor zijn rekening te nemen.
    Achteraf heeft hij gelijk gekregen, de Co-op bestaat al lang niet meer. Maar ik denk niet dat hem dat genoegen heeft gedaan.

    Na 4 maanden werkloosheid werd hij benoemd tot directeur bij het Nederlands Zuivelbureau. Hij ontwikkelde zich tot een promotor van Nederlandse zuivel. Hij die zelf nooit melk dronk. Pa verloor daar zijn rode haren. Hij bleef bij het NZB tot hij in 1981 gebruik maakte van de door hem zelf opgezette VUT regeling, zoals hij met een knipoog kon zeggen.

    Na zijn pensioenering genoot Pa graag van zijn tweede huis in Spanje. Op een hoge rots, vlak aan zee. Hij had daar een fantastische plek.
    Pa en Ma kenden Altea en omgeving op hun duimpje en hebben daar samen veel mooie wandelingen gemaakt. Spanjaarden zijn ze nooit geworden. Maar genieten van Spanje, dat hebben ze met volle teugen gedaan.

    Al voor de oorlog maakte Pa deel uit van een vriendenclub die tot op de dag van vandaag voortleeft. Die vrienden zijn hier vandaag weer bij hem, voor zover ze dat nog kunnen. En hun kinderen. En hun kleinkinderen. We ontmoeten elkaar elk jaar met Pinksteren, op een camping, al 44 jaar.
    De Pinksterclub heeft het zwaar te verduren. Het is nog maar twee weken geleden toen we bij het graf van Oom Ab stonden.

    Ik zal niet te veel over de Pinksterclub vertellen, dan maai ik het gras voor de voeten van Oom Joop weg. Maar ik kan niet onvermeld laten dat die club tot enkele huwelijken heeft geleid. Zo ook het huwelijk van Pa en Ma, die morgen 63 jaar getrouwd zouden zijn geweest.

    Eén van de passies van Pa kwam uit diezelfde vriendenclub: Zeilen.
    Toen ik geboren werd, had Pa een zeilboot, als ik goed geïnformeerd ben, een Schouwtje. Ik zeg: "Als ik goed geïnformeerd ben", want al snel werd duidelijk dat er in het gezin geen plaats was voor zowel een zeilboot, als mij. Als de boot maar een pietsie scheef ging schreeuwde ik het uit van angst. Dus de boot ging "op Marktplaats", zoals we nu zouden zeggen.
    Maar de zeilboot kwam weer terug. In 1968 gingen we Pa's nieuwe boot ophalen in Southampton. Ik had net mijn rijbewijs gehaald en mocht naar Engeland rijden. En in mijn eentje weer terug om de auto terug te brengen. Sindsdien ben ik nooit bang geweest om links te rijden.
    En ik was inmiddels ook niet meer bang om scheef te gaan met de boot.

    Op de eerste boot, de Sincfal, volgde een tweede, die iets groter en veel sneller was. Die werd ook Sincfal genoemd.
    Na zijn pensioen is Pa, samen met Oom Guust, met de Sincfal, via de Franse kanalen, naar Spanje gevaren. Een fantastische tocht. Maar niet ongevaarlijk. Bij de mond van de Ebro verloor de Sincfal zijn roer. Met veel moeite en geluk, wisten ze een haven te bereiken.
    Begin 90tiger jaren bleek dat het zeilen met deze boot te hoge fysieke eisen stelde. Hij werd verkocht. Tot mijn verdriet, want ik was inmiddels behoorlijk verslingerd geraakt aan varen. Als ik binnenkort met pensioen ga, komt er een Sincfal 3. De naam heb ik al gereserveerd op internet.

    In de tijd dat Pa niet kon varen omdat ik dan zo'n kabaal maakte, zaten we niet stil. Kamperen was ook één van de passies in de vriendenklub. Dus elke zomer gingen wij kamperen. In Frankrijk, Scandinavië, Joegoslavië, noem maar op. We zijn als kind eigenlijk overal in Europa geweest, behalve achter het IJzeren gordijn en natuurlijk niet in Duitsland.
    Frans en ik hebben veel dammen gelegd in Franse rivieren. Frans ging graag vissen, ik sprong graag over de rotsen. Genoten hebben we.

    Op een goed moment werd de tent vervangen door de caravan. Die werd op zijn beurt verdrongen door de Sincfal. Aan het eind van het zeiltijdperk kwam het kamperen weer terug, nu in een camper. Met de camper hebben Pa en Ma samen heel Europa opnieuw verkend, van Sicilië tot de Noordkaap.

    Het reizen was natuurlijk goed voor m'n talen en Aardrijkskunde. Maar de belangrijkste effect van reizen is natuurlijk dat je kennis maakt met andere culturen. Een probaat middel tegen xenofobie. Dat heeft Pa mij, wellicht onbewust, geleerd.

    Pa,  je hebt een goed gevuld leven gehad.
    Je was een goede vader.  Ik heb veel van je geleerd.
    Het is jammer dat dat de laatste 6  jaar niet meer mogelijk was.
    Want mèt jou, verdwijnen de antwoorden op de vele vragen die te laat gesteld zijn.
    Top



    Toespraak van Marijke Baart:

    Anderhalf jaar nadat ik Pa leerde kennen overleed mijn vader. Daarna heeft Pa voor mij een heel speciale plaats ingenomen.
    Uiteindelijk heb ik Pa langer gekend dan mijn eigen vader.

    Ik had het gevoel, dat we maatjes waren. Ik mocht mezelf zijn bij hem. Ik werd gewaardeerd zoals ik ben.
    Jaren geleden ben ik een keer, alleen, een week bij hem in Spanje geweest. Dat was een onvergetelijk tijd. We hebben van alles ondernomen en heel veel gepraat. Pa was een man die midden in het leven stond; een man, die wist wat hij wilde. Een integere man met gevoel voor humor.
    Het was ook een man die zijn gevoelens slecht kon laten zien en over zijn gevoelens praten deed hij zelden. Teveel aandacht maakte hem verlegen: hij had een keer een ketting voor me meegenomen uit Japan, maar hij gaf deze eerst aan Frans en die moest hem dan maar aan mij geven.

    Hij drong zijn mening niet aan ons op. Frans en ik hebben, voordat we trouwden, eerst 11 ½ jaar samengewoond. Na ons huwelijk vroeg ik aan hem hoe hij hier tegenover had gestaan. Hij zei toen, dat hij het prettiger had gevonden als we eerst waren getrouwd, maar dat het eigenlijk helemaal niet belangrijk was wat hij er van vond.

    En hij was een nieuwsgierige man. Nieuwe ontwikkelingen boeiden hem. Zo ook de computer. Hij heeft uren besteed aan het doorgronden van die computer. En voor een man van zijn leeftijd is dat aardig gelukt. Het probleem van Pa was dat hij, ondanks zijn interesse, atechnisch was.

    Het was, zoals Guus ook al aanhaalde, een zeer creatief man. Hij kon veel muziekinstrumenten bespelen, prachtig tekenen, mooi fotograferen en filmen. Jammer dat hij deze talenten niet vaker heeft gebruikt.

    Gek was hij op Japan en z’n cultuur, ook iets wat hij deelde met mijn vader. Het huis in Zwitserland werd door hem voorzien van allerlei Japanse accenten en zijn volledige “Japanse bibliotheek” werd daar neergezet. De laatste keer dat wij daar met Pa waren, in juni 2004, heeft hij, in yoga houding, op de grond, alle Japanse boeken weer eens verwonderd doorgebladerd.

    Na zijn pensioenering kon hij zijn emoties steeds beter uiten. Hij genoot van zijn kleinkinderen.
    Nadat Pa in 2003 een herseninfarct kreeg veranderde hij nog meer. Ik leerde toen weer een andere kant van hem kennen. Hij liet zijn gevoelens meer zien, genoot van de aandacht die hij kreeg en was dankbaar als familie en vrienden aan hem dachten.
    Mijn moeder heeft hem eens een stapel Elseviers gestuurd met een lief briefje erbij. Daar schoten hem de tranen van in de ogen. Ook vond hij het heerlijk naar kinderen, die in verpleeghuis Westhof in het dagverblijf zaten, te kijken.

    In de ruim 2 jaar dat Pa in Westhof heeft gewoond, heb ik hem met liefde bezocht.
    Het was verdrietig te zien hoe hij langzaam wegzakte, maar ik heb me altijd vastgehouden aan de momenten, dat hij liet blijken het fijn te vinden dat ik er was: de momenten van wederzijdse tevredenheid.

    In de laastst week voor ik dit jaar met vakantie ging ben ik bijna elke dag bij hem geweest. Hij heeft toen nog een paar keer naar me geglimlacht. Dat zal ik niet snel vergeten. 10 Dagen na mijn vertrek is mijn schoonvader overleden. Ik was er helaas niet bij.....

    Frans, Freek, Tim en ik zijn dankbaar dat we van Pa hebben mogen genieten en dat we hem de laatste jaren hebben kunnen steunen. En ik ben er trots op zijn schoondochter te zijn.

    Tot slot wilde ik een klein gedichtje voorlezen.

    Als je ouder wordt
    en niet meer weet wie je bent
    als je mensen ziet
    maar ze niet echt meer herkent,
    als je toch blijft strijden
    om bij ons te leven
    dan hopen wij
    dat je nu de rust is gegeven.


    Top


    Muziek:
    -
    Juliette Gréco, Les Feuilles Mortes (J. Kosma/J. Prevert)


    Toespraak van Joop Goedheer (Pinksterclub):

    Felix,

    Zo'n zestig jaar geleden brachten we samen jouw eerste boot, een Schouwtje, op een heel mistige najaarsdag, van Loosdrecht naar den Bosch. Halverwege in de keersluis bij Andel heeft die grap ons bijna het leven gekost, terwijl onze beide jonge echtgenoten op ons zaten te wachten. De een met twee kleine kinderen, de ander met een kind in aanleg. Maar gelukkig hebben we dat overleeft en daarna zijn er nog vele jaren van aktief leven op gevolgd.

    Hoewel wij niet regelmatig bij elkaar kwamen, omdat ieder toch zijn eigen levenspatroon had, waren er toch ook verschillende momenten waarop onze levens zich kruisten. Zoals bijvoorbeeld bij de koe in de tent op Valkenburg, dat zal ook Koos zich wel herinneren, en de Sincfal die naar Terschelling ging. En niet te vergeten de vele, meer dan 40, Pinksterkampen. Ik heb nog oude films waarop de oudjes van nu heel enthousiast volleybalden. Je kan het niet begrijpen dat zij nu zo krakkemikkig zijn. En als we bij elkaar waren, hadden we ook altijd hele lange gesprekken over de, voor ons beiden, nogal vrij lange militaire dienstperiode.

    Maar helaas heeft voor jou, vanaf enkele jaren geleden, je gezondheid een zware knauw gekregen die steeds meer ingreep in je leven. Je was daarvoor zo benijdenswaardig sterk en zo erg karakteristiek met altijd je pijp.

    Coby, Guus en Frans, het is moeilijk te wennen aan het feit dat Felix er niet meer is. Maar de herinnering aan het feit dat hij het grootste deel van zijn leven heel aktief in dat leven heeft gestaan, zal uiteindelijk overheersen. Top



    Toespraak van Machiel van Velden (Het Nederlands Zuivelbureau):

    In het voorjaar van 1967, dus ruim 40 jaar geleden, ontmoette ik Felix Baart voor het eerst. Het was tijdens mijn sollicitatiegesprek bij Het Nederlands Zuivelbureau voor de functie van econoom op de afdeling marktonderzoek.

    Bij het sollicitatiegesprek, waren behalve de heer Baart ook de heren Esser en Op ’t Roodt aanwezig, respectievelijk plaatsvervangend directeur en hoofd van de afdeling marktonderzoek. Het sollicitatiegesprek resulteerde in een aanstelling en wel met ingang van 19 juni 1967, omdat ik kort voor die datum zou afstuderen.

    De plaatsvervangend directeur bevestigde één en ander schriftelijk. En hij bleek een voorzichtig man te zijn, want aan mijn aanstelling werden drie voorwaarden verbonden:
    1.  het doctoraal examen in Rotterdam diende eerst nog wel met goed gevolg te worden afgelegd,
    2.  een medische keuring diende een positief resultaat op te leveren,
    3.  een proefperiode werd overeengekomen van ruim een halfjaar.

    U zult het met mij eens zijn dat men bij Het Nederlands Zuivelbureau bij het aantrekken van personeel beslist niet over één nacht ijs ging. Maar gelukkig bleek ik aan die drie de voorwaarden te kunnen voldoen. Het was mij vanaf dat moment ook gelijk duidelijk dat Felix Baart deze werkzaamheden met vol vertrouwen en veel plezier aan zijn plaatsvervanger overliet.

    Ik heb Felix Baart 14 jaar als algemeen directeur meegemaakt. Eerst 5 jaar op het hoofdkantoor, waar hij de wekelijkse stafbesprekingen met alle afdelingshoofden voorzat. Er zitten hier enkele oud-collega’s afdelingshoofden in de zaal en zij zullen de herinneringen die ik hieraan heb zonder twijfel met mij delen. Want ik kan Felix tijdens die stafbesprekingen nog zo uit tekenen. Gezeten aan het hoofd van een zeer kloek uitgevallen vergadertafel. Voorzien van een ingenieuze, in Japan aangeschafte, bril en met altijd een pijp onder handbereik.

    Felix kende alle dossiers vrijwel uit het hoofd, maar soms moest zelfs hij wel eens wel eens wat nakijken tijdens een vergadering. Een leesbril had hij niet nodig. Het afzetten van de bril vond hij kennelijk lastig, vandaar dat hij met één handbeweging één glas van zijn bril, zijn in Japan aangeschafte bril, omhoog klapte, en dat leverde altijd enige consternatie op van de mensen die dat nog nooit gezien hadden, want hij las dan heel eventjes iets en klapte dan dat glas weer terug naar beneden. Hij was volgens mij niet zo’n man die geweldig gesteld was op gadgets, maar dit vond hij kennelijk wel een hele leuke gadget. Vandaar dat hij hem uit Japan meegenomen heeft.

    De vergaderingen leidde hij onverstoorbaar, op een strikt zakelijke manier en zelden emoties tonend. Ik geloof dat ik hem ooit wel eens heb horen zeggen: “Emoties toon je maar in je vrije tijd”. Als de discussies een enkele keer niet verliepen zoals hij het wilde, beet hij, als je goed oplette, wel wat steviger op zijn pijp, in de veronderstelling dat die pijp dat wel kon hebben. Het verhaal wil echter dat ooit een pijp na de zoveelste stevige beet is bezweken.

    Na 5 jaar hoofdkantoor heb ik Felix 9 jaar meegemaakt vanuit het buitenland, en wel als directeur van de vestiging België/Luxemburg. Ik was toen het “jonkie” onder de ervaren rotten als Hans Willemse in Duitsland, Pim van Haeften in het Verenigd Koninkrijk en Pieter Mol in Frankrijk. Felix heeft mijn drie buitenlandse collega’s allen overleefd.

    Wat wij als directeuren van de buitenlandse vestigingen geweldig in Felix waardeerden was de mate van vrijheid die hij ons gaf bij het ontplooien van activiteiten in het buitenland. Het managen, hij liet veel aan ons over, hij delegeerde met groot gemak. Vanzelfsprekend diende die activiteiten wel ontplooit te worden binnen het kader wat wij van het bedrijfsleven meegekregen hadden. Zelden werd één van ons door hem teruggefloten. En als dat dan een keer gebeurde was de betrokken vestigingsdirecteur de eerste om te erkennen dat hij terecht werd teruggefloten.

    Felix Baart was niet alleen algemeen directeur, en gaf ook leiding aan de Nederlandse vestiging, maar bekleedde ook de functie van secretaris van het bestuur. Hij was in staat, heel goed in staat, om zonder enige ophef vele ballen in de lucht te houden:
    • Hij coördineerde alle werkzaamheden van kantoor Nederland. Pas later, nadat het bureau jaren van groei had doorgemaakt, besloot het bestuur tot verlichting van zijn taak en werd er naast de algemeen directeur een afzonderlijke directeur Nederland benoemd. Guus Schölvinck.
    • Hij superviseerde de buitenlandse vestigingsdirecteuren, niet zo’n gemakkelijke taak denk ik want elk van die directeuren voelden zich toch eigenlijk wel koning in zijn eigen rijk.
    • Hij onderhield verder zelf de contacten met Japan, niet zo verwonderlijk kennelijk, waar de Engelsman Martin Naylor en de Japanner Histoshi Hara de promotionele activiteiten voor het bureau verzorgden. Met beiden kon Felix zeer goed opschieten, hij kon het daar buiten gewoon goed mee vinden, en in Japan voelde hij zich als een koikarper in het water.
    • En dan: hij was als secretaris nauw betrokken bij alle vergaderingen van het bestuur en de adviescommissies.
    Ik zij het al: hij combineerde al deze werkzaamheden ogenschijnlijk moeiteloos. Hij kon daarbij gelukkig rekenen op toegewijde medewerkers, waarvan zijn secretaresse Ank van der Molen het verdient om apart te worden genoemd. Zij was gedurende vrijwel alle jaren zijn rechterhand.

    1 Augustus speelde een zeer merkwaardige rol in het leven van Felix Baart. Hij trad op 1 augustus 1961 in dienst van Het Nederlands Zuivelbureau en ging 20 jaar later, jawel op 1 augustus, 1981 met pensioen. En het merkwaardige toeval wil dat hij op 1 augustus 2009 is overleden.

    Bij zijn afscheid medio 1981 in Kasteel De Wittenburg in Wassenaar was het bedrijfsleven zeer goed vertegenwoordigd. Vanuit het bestuur en de commissies werd Felix lof toegezwaaid voor de uitstekende wijze waarop hij de promotionele belangen van de gehele zuivelbedrijfstak gedurende vele jaren heeft behartigd.


    Het staat voor ons, als medewerkers van Het Nederlands Zuivelbureau, als een paal boven water dat Felix Baart zijn functie als algemeen directeur gedurende vele jaren met verve, maar ook met heel veel plezier heeft vervuld. Na zijn pensioenering kwam Het Nederlands Zuivelbureau nog vaak ter sprake, en altijd in positieve zin.

    Dat vele medewerkers zijn wijze van leidinggeven erg op prijs hebben gesteld mag blijken uit het feit dat velen hier vandaag aanwezig zijn om hem de laatste eer te bewijzen. Zij hebben graag voor hem en met hem gewerkt. En net als hij, hebben zij vele goede herinneringen aan Het Nederlands Zuivelbureau en dragen dat bureau nog steeds een warm hart toe.
    Top



    Muziek:
    -Academy of St. Martin-in-the-Fields, Das Musikalisches Opfer, Canon 5 a 2 (J.S. Bach)
    Download een opname van de uitvaartplechtigheid. (39 MB)
    Rouw kaart Monumentje voor Pa op de Hardangervidda, Noorwegen op 16 Juli 2009

     

    Top Home


    copyright: Frans Baart
    Datum van laatste update: 31 oktober, 2009